ECLI:NL:CRVB:2021:1530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heropening WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid onder 15%
Appellant, een voormalig magazijnmedewerker, ontving sinds 1999 een WAO-uitkering vanwege rug- en beenklachten. Na verhuizing naar Frankrijk in 2015 vroeg hij heropening van zijn WAO-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek de arbeidsongeschiktheid vast op minder dan 15% en weigerde de uitkering te heropenen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de Nederlandse beoordelingssystematiek verschilt van de Franse en het oordeel van het UWV zorgvuldig was gebaseerd op medisch onderzoek en arbeidsdeskundige rapporten. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst erop dat het UWV de beperkingen correct in een functionele mogelijkhedenlijst heeft vastgelegd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij meer dan 50% arbeidsongeschikt is, gesteund door medische verklaringen uit Frankrijk. De Raad oordeelt echter dat deze stukken onvoldoende aanleiding geven om het oordeel van het UWV te herzien, mede omdat de nieuwe medische stukken grotendeels na de datum van beoordeling dateren en de verzekeringsartsen geen ernstige psychiatrische ziekte vaststelden.
De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De WAO-uitkering wordt niet heropend omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.