ECLI:NL:CRVB:2021:1532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks medische klachten
Appellant, voormalig portier/receptionist, ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding in februari 2017. Het UWV beëindigde deze uitkering per 5 juli 2018 op basis van een eerstejaars ZW-beoordeling waarin werd vastgesteld dat appellant met inachtneming van beperkingen 100% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen objectief waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten, waaronder lichte OSAS en slaapstoornissen, waren verergerd en dat de geselecteerde functies niet passend waren vanwege concentratie- en alertheidsbeperkingen. De Raad oordeelde dat deze stellingen onvoldoende waren onderbouwd en dat het niet gaat om ervaren klachten, maar om objectief vastgestelde beperkingen. De lichte OSAS leidde niet automatisch tot urenbeperkingen of stoornissen in energiehuishouding.
De Raad bevestigde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren en dat appellant niet beperkt was op concentratie en alertheid. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.