ECLI:NL:CRVB:2021:1535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs bijstandbehoevendheid
Appellante heeft meerdere aanvragen om bijstand ingediend, waarvan de meeste zijn afgewezen. Zij had in maart 2017 een bedrag van €37.000,- opgenomen, maar kon niet aannemelijk maken dat zij niet meer over dit bedrag beschikte bij haar aanvraag van 15 januari 2018.
Tijdens de bezwaarprocedure heeft appellante verklaringen en bewijsstukken overgelegd, waaronder een aangifte bij de politie over vermeende bedreigingen en overhandiging van het geld aan derden. Ook werden verklaringen van familieleden over leningen en verkoop van een auto ingediend. Het college vond deze verklaringen onvoldoende concreet en controleerbaar.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat appellante onvoldoende inzicht gaf in haar financiële situatie en niet aannemelijk maakte dat zij in de relevante periode bijstandbehoevend was. De latere toekenning van bijstand per oktober 2018 betrof een andere periode en kon niet worden vergeleken.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte bijstandbehoevendheid.