ECLI:NL:CRVB:2021:1549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag algemene bijstand en bedrijfskapitaal wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellante, die sinds 2014 bijstand ontvangt, wilde een bedrijf starten in de markthandel van bloemen en planten en vroeg bijstand en bedrijfskapitaal aan op grond van het Bbz 2004. Het college vroeg advies aan Van Winsen Consultancy B.V. (VWC), dat concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar was. Appellante betwistte dit advies met een eigen cijfermatige onderbouwing, maar VWC handhaafde haar oordeel.
De Raad beoordeelde dat de bewijslast voor levensvatbaarheid bij appellante ligt. VWC had het ondernemingsplan beoordeeld aan de hand van bedrijfsprofiel, branchekenmerken en marktgegevens, en concludeerde dat de omzetprognoses van appellante te optimistisch waren. Ook wees VWC op beperkte marktmogelijkheden, concurrentie en het anciënniteitsbeginsel bij marktplaatsen.
Appellante kon de algemene uitgangspunten van het advies niet weerleggen met concrete gegevens over marktplaatsen of omzetverwachtingen. Haar ervaring en ondernemersvaardigheden werden als onvoldoende beoordeeld. De Raad oordeelde dat het college het besluit terecht op het advies van VWC heeft gebaseerd en bevestigde de afwijzing van de aanvraag.
Uitkomst: De aanvraag voor algemene bijstand en bedrijfskapitaal wordt afgewezen omdat het bedrijf niet levensvatbaar is.