ECLI:NL:CRVB:2021:1565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellant ontving vanaf november 2015 een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%. Het UWV ontdekte dat appellant in de periode van juli tot en met december 2017 inkomsten uit arbeid had genoten die niet waren gemeld. Hierdoor werd de WIA-uitkering herzien en een bedrag van €1.816,35 teruggevorderd, daarnaast werd een boete van €40,- opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat het UWV aannemelijk had gemaakt dat appellant daadwerkelijk inkomsten had genoten bij meerdere werkgevers, gebaseerd op gegevens uit de polisadministratie (Suwinet). Appellant leverde geen overtuigend tegenbewijs, slechts een enkele opmerking over het niet ontvangen van loon en het ontvangen van reiskostenvergoeding. Ook de berekening van de terugvordering werd door de rechtbank als juist beoordeeld.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en overhandigde bankafschriften ter onderbouwing, maar deze konden niet aantonen dat de gegevens van het UWV onjuist waren. De Raad stelde vast dat loonbetalingen mogelijk contant of via andere rekeningen zijn voldaan. De financiële situatie van appellant bood geen dringende reden om af te zien van terugvordering of boete. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WIA-uitkering en de opgelegde boete wegens schending van de inlichtingenplicht.