ECLI:NL:CRVB:2021:1567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning Wajong-uitkering wegens duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen
Appellant heeft op 22 mei 2018 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV werd afgewezen omdat het arbeidsvermogen niet duurzaam ontbrak. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat hij met juiste begeleiding in een rustige omgeving wel een uur aaneengesloten kan werken.
In hoger beroep stelt appellant dat hij niet over arbeidsvermogen beschikt en wijst op verschillen in beoordeling. De Raad toetst de situatie en concludeert dat appellant, ondanks begeleiding op een manege en zorgboerderij, meerdere substantiële onderbrekingen binnen een uur nodig heeft om bijgestuurd te worden. Dit betekent dat hij niet aaneengesloten een uur kan werken.
De Raad acht de beperkingen duurzaam, gezien de lichte verstandelijke beperking, ADHD en hechtingsstoornis. Daarom voldoet appellant aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering. Het eerdere besluit wordt vernietigd en de uitkering met ingang van 22 mei 2018 toegekend. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Appellant wordt met terugwerkende kracht een Wajong-uitkering toegekend wegens duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen.