ECLI:NL:CRVB:2021:1577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.T.H. Zimmerman
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing compensatie AOW-gat voor ambtenaar buitengewoon verlof
Appellant, werkzaam bij de RAV Brabant Midden-West-Noord, maakte vanaf 1 januari 2008 gebruik van de regeling voor functioneel leeftijdsontslag (FLO) op basis van de CAR/UWO. Na de invoering van de Cao Ambulancezorg in 2011 bleef voor hem alleen het FLO-overgangsrecht uit de CAR/UWO ongewijzigd van kracht. Appellant verzocht om compensatie voor het AOW-gat dat ontstond door de verhoging van de AOW-leeftijd.
Het dagelijks bestuur wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de wijzigingen in het FLO-overgangsrecht na 1 januari 2011 niet op appellant van toepassing zijn, omdat hem was meegedeeld dat de regeling ongewijzigd bleef.
Verder stelde appellant dat hij geen keuze had om met buitengewoon verlof te gaan en dat het dagelijks bestuur verantwoordelijk is voor het AOW-gat. De Raad verwierp dit standpunt, stellende dat appellant in 2014 zelf ontslag nam en dat hij toen de gevolgen van de AOW-leeftijdverhoging kende. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de compensatieregelingen voor andere beroepsgroepen gelden en niet vergelijkbaar zijn.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak wordt bevestigd, waarbij het verzoek tot compensatie van het AOW-gat wordt afgewezen.