Uitspraak
20.1186 WMO15
14 februari 2020, 19/4808 (aangevallen uitspraak)
mr. W.M. van der Wielen en T. Verhake.
OVERWEGINGEN
1 januari 2019 tot 1 mei 2019, in de vorm van een pgb.
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, bekend met een verstandelijke beperking en chronische stemmingsklachten, ontving in 2017 en 2018 maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 2015. In 2019 verstrekte het college aan appellante maatwerkvoorzieningen voor ondersteuning zelfredzaamheid voor verschillende periodes en uren per week.
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van april 2019 over de omvang van de toegekende uren, maar het college verklaarde deze bezwaren ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees op het medisch advies en huisbezoeken als onderbouwing van de toekenning van 6 uur per week ondersteuning.
In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zij recht had op meer uren ondersteuning. De Raad onderzocht ambtshalve of appellante voldoende procesbelang had, hetgeen vereist is om ontvankelijk te zijn.
De Raad oordeelde dat het geschil ziet op een reeds verstreken periode en dat geen belang bestond bij een inhoudelijke beoordeling, omdat appellante inmiddels een nieuwe aanvraag heeft ingediend en het college een nieuwe beoordeling zal uitvoeren. Ook was geen betalingsverplichting ontstaan. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van voldoende procesbelang.