ECLI:NL:CRVB:2021:1601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoeding zorgkosten boven spaarsaldo gemoedsbezwaarde
Appellant is erkend als gemoedsbezwaarde en daardoor niet verzekeringsplichtig onder de Zorgverzekeringswet (Zvw). In plaats van premie betaalt hij een bijdragevervangende belasting die wordt gespaard op een rekening bij CAK. CAK vergoedt ziektekosten tot het saldo van deze rekening, maar weigerde kosten boven dit saldo te vergoeden. Appellant stelde dat dit discriminerend is en dat zijn bijzondere situatie volledige vergoeding rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelde dat de regeling passend is en dat er geen ongerechtvaardigd onderscheid is tussen verzekerden en gemoedsbezwaarden, omdat zij niet in gelijke gevallen verkeren. In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel. De Raad benadrukte dat appellant bewust heeft gekozen voor zelfredzaamheid en zich heeft onttrokken aan collectieve solidariteit, waardoor hij niet vergelijkbaar is met verzekeringsplichtigen.
De Raad overwoog dat de wetgever bij de regeling voor gemoedsbezwaarden rekening heeft gehouden met de beperking van vergoeding tot het spaarsaldo en dat medische calamiteiten voorzienbare risico’s zijn binnen het solidariteitsstelsel. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van de wettelijke regeling rechtvaardigen. Daarom is de weigering van CAK terecht en wordt het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat CAK terecht de vergoeding van ziektekosten boven het spaarsaldo van appellant weigert.