Uitspraak
19.1433 PW, 19/3441 PW, 19/3442 PW, 19/3443 PW, 19/3444 PW, 19/3445 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraken;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft meerdere keren bijzondere bijstand aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen, welke aanvragen werden afgewezen of buiten behandeling gesteld. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in tegen deze besluiten, maar betaalde het griffierecht niet.
De rechtbank verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk omdat appellant onvoldoende bewijs leverde voor betalingsonmacht. De enkele overlegging van een nieuwe belastingaangifte over 2017 volstond niet om het verzamelinkomen en daarmee de betalingsonmacht vast te stellen. Ook het verzoek om te wachten op een definitieve aanslag werd afgewezen. De rechtbank hield rekening met de toepasselijke bijstandsnorm en het inkomen van appellant, inclusief vakantiegeld, en concludeerde dat appellant niet onder de 90% van die norm kwam.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie over de criteria voor betalingsonmacht en de wijze van vaststelling van het inkomen. De argumenten van appellant, waaronder de aftrek van maandelijkse betalingen aan een deurwaarder en het betwisten van de inkomensgegevens, werden niet gevolgd. Het verzoek tot vergoeding van schade werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht zonder aannemelijke betalingsonmacht.