ECLI:NL:CRVB:2021:1652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf 31 augustus 2017. De eerste aanvraag werd buiten behandeling gesteld omdat niet alle gevraagde gegevens tijdig werden verstrekt. Een tweede aanvraag werd afgewezen omdat appellant niet de gevraagde aanvullende informatie over zijn uitvaartverzekering verstrekte.
Het college verleende uiteindelijk bijstand met ingang van 30 november 2018, maar niet met terugwerkende kracht tot de eerdere aanvraagdatum. Appellant wilde de bijstand beëindigen per 1 april 2019 vanwege werk. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het college onterecht geen bijstand met terugwerkende kracht verleende en dat het vertrouwensbeginsel werd geschonden. De Raad oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die toekenning met terugwerkende kracht rechtvaardigen en dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden. Ook was het college niet verplicht om in het bestreden besluit de einddatum van de bijstand op 1 april 2019 te vermelden. Het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.