ECLI:NL:CRVB:2021:1683

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 juli 2021
Publicatiedatum
11 juli 2021
Zaaknummer
21/208 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening AOW-uitspraak wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 13 november 2020, waarin haar bezwaar tegen een eerdere beslissing was afgewezen. Zij wenste een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) in plaats van de toegekende Algemene nabestaandenwet (Anw)-uitkering, vanwege haar slechte financiële situatie en de wens haar familie te onderhouden.

De Raad behandelde het verzoek om herziening op 28 mei 2021, waarbij partijen niet verschenen. Volgens artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijke uitspraak alleen worden herzien indien er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden.

De Raad oordeelde dat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aan deze voorwaarden voldoen. Tevens is bevestigd dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak of de juistheid van de uitspraak. Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de AOW-uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

21.208 AOW

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 13 november 2020, 20/772 AOW-V
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] , Marokko (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 9 juli 2021
PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft in een brief van 14 december 2020 verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 13 november 2020.
Het verzoek om herziening is behandeld op de zitting van 28 mei 2021. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

In de uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 13 november 2020 heeft de Raad het verzet van verzoekster tegen de uitspraak van de Raad van 18 juni 2020 ongegrond verklaard. In de uitspraak van de Raad van 18 juni 2020 heeft de Raad het door verzoekster ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 januari 2020, 19/3914, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het volledig verschuldigde griffierecht van € 131,- niet binnen de gestelde termijn van vier weken is voldaan.
Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de bestuursrechter een onherroepelijk geworden uitspraak op verzoek van een partij herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Verzoekster heeft verzocht haar zaak opnieuw te bekijken. Zij is weduwe en de Svb had aan haar een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet toegekend. Zij verzoekt om een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet. Haar financiële situatie is slecht en zij heeft niet voldoende geld om haar familie te onderhouden. Ook stelt verzoekster dat zij het griffierecht al heeft betaald en zij vraagt haar een nieuwe nota te sturen om het griffierecht opnieuw te voldoen.
Het is vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van 26 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1615) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Verzoekster heeft geen feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 van Pro de Awb naar voren gebracht. Het verzoek om herziening moet dan ook worden afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van V.M. Candelaria als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2021.
(Getekend) J.C. Boeree
(Getekend) V.M. Candelaria

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) rejète la demande de révision.
Par conséquent, décidée par J.C. Boeree en présence de V.M. Candelaria en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 9 juillet 2021.