ECLI:NL:CRVB:2021:1743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wet langdurige zorg wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante, bekend met diverse aandoeningen waaronder diabetes mellitus en geheugenproblemen, vroeg op 6 november 2017 zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag af na medisch advies dat de geheugenproblemen en mogelijke depressie nader onderzocht moesten worden en dat er geen noodzaak was voor 24-uurs zorg in de nabijheid.
In bezwaar leverde appellante een neuropsychologisch verslag aan, maar het aanvullende medisch advies bleef bij de conclusie dat eerst behandeling van de depressie nodig was en dat de somatische aandoeningen geen recht geven op Wlz-zorg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de medische adviezen inzichtelijk en gemotiveerd waren en appellante onvoldoende onderbouwing bood dat zij niet in staat was hulp in te roepen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten over haar geheugenproblemen en psychische en lichamelijke klachten. De Raad concludeerde dat appellante geen nieuwe of andere gronden aanvoerde en dat de medische adviezen zorgvuldig waren beoordeeld. Zonder objectieve medische gegevens of contra-expertise was er geen reden om aan de afwijzing te twijfelen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor Wlz-zorg wordt terecht afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de noodzaak voor 24-uurs zorg.