Appellant was sinds 1995 gehuwd en ontving een AOW-pensioen naar de gehuwdennorm. Na verhuizingen en een onderzoek wijzigde de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het pensioen in 2018 naar de gehuwdennorm, omdat volgens hen geen duurzaam gescheiden leven bestond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij de financiële verbondenheid tussen appellant en zijn echtgenote doorslaggevend achtte.
Appellant stelde dat er wel degelijk sprake was van duurzaam gescheiden leven, omdat zij sinds 2006 ieder een eigen woning hadden, geen gezamenlijke activiteiten ondernamen, geen kinderen hadden en zich als individu presenteerden. De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven aanwezig is wanneer beiden een gewilde en bestendige verbreking van de echtelijke samenleving nastreven en ieder een eigen leven leidt alsof niet gehuwd.
Gezien de feiten, waaronder het ontbreken van gezamenlijke huishouding, het feit dat appellant naar Zuid-Afrika vertrok om niet afhankelijk te zijn van zijn echtgenote, en de zakelijke regeling omtrent het onderhoud van de woonark, concludeerde de Raad dat appellant duurzaam gescheiden leefde. De Raad vernietigde het bestreden besluit en het besluit van 1 oktober 2018, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de Svb in de proceskosten.