Uitspraak
16.4234 BBZ
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- veroordeelt de Staat tot betaling aan appellant van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 3.000,-.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een zelfstandige ondernemer met een eenmanszaak, diende een aanvraag in voor algemene bijstand en bedrijfskapitaal op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het college wees de aanvraag af op basis van een advies van FBA, dat concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar was. Het IMK-advies, dat een positief advies gaf, werd door het college niet gevolgd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. De Raad oordeelt dat het college zich terecht op het FBA-advies heeft gebaseerd, omdat appellant onvoldoende concrete informatie heeft geleverd om het advies te weerleggen. Het IMK-advies is door het college gemotiveerd niet gevolgd.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de procedure is overschreden. De Raad kent appellant daarom een schadevergoeding toe van € 3.000,- te betalen door de Staat. De overige beroepsgronden van appellant, waaronder het verzoek om begeleiding en coaching, worden verworpen.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijstand voor een niet-levensvatbaar bedrijf wordt bevestigd en een schadevergoeding van € 3.000,- toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.