ECLI:NL:CRVB:2021:1871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- A. Beuker-Tilstra
- E.J. Otten
- Rechtspraak.nl
Ontslag militair wegens verregaande nalatigheid in plichtsvervulling bevestigd
Appellant, militair bij de Koninklijke Landmacht, werd ontslagen wegens verregaande nalatigheid in de vervulling van zijn plichten. Dit volgde na meerdere functionerings- en beoordelingsgesprekken waarin hij werd aangesproken op gebrekkig functioneren en het negeren van dienstopdrachten.
Appellant leed aan blijvend oogletsel door een incident in 2014, wat leidde tot aangepast werk. Desondanks bleef zijn gedrag problematisch, wat resulteerde in tuchtrechtelijke maatregelen en uiteindelijk het ontslagbesluit van de staatssecretaris van Defensie.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat appellant het laakbare van zijn gedrag moest hebben ingezien en dat het ontslag niet onevenredig was. In hoger beroep stelde appellant dat zijn gedrag niet toerekenbaar was vanwege de psychische gevolgen van zijn oogletsel, maar de Raad verwierp dit omdat het gedrag zich ook vóór het incident voordeed en appellant geen bewijs leverde voor het verband.
De Raad concludeerde dat het ontslag terecht was verleend, dat de staatssecretaris bevoegd was en dat het ontslag niet onevenredig was, ondanks de beperkingen van appellant. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het ontslag van de militair wegens verregaande nalatigheid in de vervulling van zijn plichten wordt bevestigd.