ECLI:NL:CRVB:2021:189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- J.T.H. Zimmerman
- S.B. Smit-Colenbrander
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde Ziektewetuitkering wegens ontbreken dienstbetrekking
Appellant vroeg een Ziektewetuitkering aan na een ziekmelding en beëindiging van zijn dienstverband bij werkgever B.V. Het UWV kende de uitkering toe, maar startte later een onderzoek naar een mogelijk gefingeerd dienstverband naar aanleiding van anonieme meldingen.
Het UWV concludeerde dat appellant niet daadwerkelijk werkzaamheden had verricht en verklaarde de uitkering onverschuldigd betaald. Appellant stelde psychische problemen en stress tijdens zijn verhoor, maar dit werd niet aannemelijk geacht. Getuigenverklaringen en overige stukken ondersteunden het standpunt van het UWV dat appellant niet werkzaam was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Het verzoek van appellant om getuigen te horen werd afgewezen omdat de verklaringen reeds voldoende waren en de arbeidsovereenkomst geen doorslaggevende rol speelde.
Het UWV was daardoor terecht gehouden de onverschuldigd betaalde Ziektewetuitkering terug te vorderen. Het hoger beroep slaagt niet en de uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de onverschuldigde Ziektewetuitkering wordt bevestigd.