ECLI:NL:CRVB:2021:1895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag wegens overschrijding inkomensgrens
Appellante, een ontvanger van een Wajong-uitkering, diende een aanvraag in voor een individuele inkomenstoeslag op grond van de Participatiewet. Het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke sociale dienst wees de aanvraag af omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarde van langdurig een laag inkomen. Haar inkomen overschreed gedurende de referteperiode de inkomensgrens van 100% van de toepasselijke bijstandsnorm met €8 tot €9 per maand, wat meer is dan de toegestane marginale overschrijding van €5.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de overschrijding gering was en dat haar persoonlijke omstandigheden, zoals schulden, een rol moesten spelen. De Raad stelde echter vast dat de verordening een strikte inkomensgrens hanteert en dat persoonlijke omstandigheden geen grond vormen om alsnog een toeslag toe te kennen.
De Raad baseerde zich op de Participatiewet en de Verordening Individuele inkomenstoeslag ISD BOL 2018, waarin is bepaald dat een langdurig laag inkomen gedurende een referteperiode van drie jaar niet hoger mag zijn dan 100% van de bijstandsnorm, met een marginale overschrijding van maximaal €5 per maand. Omdat appellante deze grens overschreed, werd de afwijzing bevestigd. De Raad wees ook proceskosten af en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De aanvraag voor individuele inkomenstoeslag wordt afgewezen wegens overschrijding van de inkomensgrens.