ECLI:NL:CRVB:2021:1916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen ondanks psychische en lichamelijke beperkingen
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op grond van psychische en lichamelijke beperkingen. Het UWV heeft de aanvraag afgewezen na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, omdat appellante arbeidsvermogen zou hebben.
De rechtbank heeft dit besluit bevestigd, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellante niet zodanig zijn dat zij niet kan participeren op de arbeidsmarkt. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij duurzaam geen arbeidsparticipatie kan verrichten en verzocht om een onafhankelijke psychiater, maar de Raad volgde het oordeel van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwd zijn, dat appellante over basale werknemersvaardigheden beschikt en in staat is om lichte werkzaamheden uit te voeren. Er is geen sprake van volledige arbeidsongeschiktheid. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering omdat appellante arbeidsvermogen heeft.