ECLI:NL:CRVB:2020:157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld wegens verdiencapaciteit boven 65% maatmaninkomen
Appellante was assistent bedrijfsleider en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde vast dat zij vanaf 20 juli 2014 geen recht meer had op ziekengeld omdat zij ten minste 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. Na bezwaar en een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd dit besluit bevestigd en per 3 juli 2016 vastgesteld.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellante stelde hoger beroep in en verzocht om benoeming van een deskundige wegens vermeende schending van het equality of arms-beginsel.
De Raad oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te dienen en dat er geen sprake was van belemmering in het aanvoeren van bewijs. De verzekeringsarts had de beperkingen van appellante adequaat gemotiveerd en de functies waarop de beoordeling was gebaseerd waren medisch geschikt. Er was geen aanleiding een deskundige te benoemen.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellante geen recht heeft op ziekengeld wordt bevestigd.