ECLI:NL:CRVB:2021:200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit studiefinanciering wegens contactloosheid met vader vanaf twaalf jaar
Appellant vroeg bij de minister om bij de berekening van zijn aanvullende beurs geen rekening te houden met het inkomen van zijn vader, omdat hij vanaf zijn twaalfde levensjaar geen contact meer met hem had. De minister wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging bij de rechtbank, die het besluit handhaafde.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat uit de verklaringen van appellant en informatie van Bureau Jeugdzorg voldoende is komen vast te staan dat appellant vanaf zijn twaalfde geen contact meer had met zijn vader. Hierdoor is voldaan aan de loskoppelingsgrond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit studiefinanciering 2000.
Verder stelt de Raad dat de aanvullende beurs vanaf 1 oktober 2017 niet meer mag worden berekend op basis van het inkomen van de vader, maar dat tot de leeftijd van 21 jaar de vastgestelde alimentatie in mindering moet worden gebracht, tenzij deze volledig oninbaar is. Omdat niet is gebleken dat de alimentatie volledig oninbaar was, moet de aanvullende beurs worden verminderd met het bedrag van de alimentatie.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van de minister, verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen binnen vier weken. Tevens veroordeelt de Raad de minister in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister vernietigd, met opdracht tot een nieuw besluit zonder rekening te houden met het inkomen van de vader.