ECLI:NL:CRVB:2021:2050
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek met fysieke en psychische klachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een eerstejaars beoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige selecteerde geschikte functies waarmee appellant meer dan zijn maatmaninkomen zou kunnen verdienen, waarna het UWV de uitkering beëindigde.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit en voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek niet zorgvuldig was en onvoldoende rekening hield met zijn klachten en medicatiegebruik. Hij verzocht ook om inschakeling van een deskundige op basis van het arrest Korošec.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, de FML correct was vastgesteld en dat de functies medisch geschikt waren. De informatie van de behandelend psychiater was meegewogen en er was geen reden om een deskundige in te schakelen. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
De uitspraak bevestigt dat het UWV de uitkering terecht heeft beëindigd en dat het beroep op het arrest Korošec niet slaagt wanneer voldoende medische stukken zijn ingediend en het medisch oordeel niet wordt betwist.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewet-uitkering terecht is beëindigd na zorgvuldig onderzoek.