ECLI:NL:CRVB:2021:2063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij terugvordering Ziektewet-uitkering
Appellante ontving ten onrechte een Ziektewet-uitkering en toeslag over de periode van 28 februari 2018 tot 24 februari 2019, welke bedragen door het UWV werden teruggevorderd. Na bezwaar verklaarde het UWV deze besluiten gegrond en trok ze in, inclusief vergoeding van bezwaarkosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat het UWV met het intrekken volledig aan haar bezwaren tegemoet was gekomen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel procesbelang had vanwege het ontbreken van een medische en arbeidsdeskundige beoordeling per 24 februari 2019.
De Raad oordeelde echter dat het resultaat dat appellante nastreeft niet meer kan worden bereikt en dat een louter principieel belang onvoldoende is. Gezien de intrekking van de terugvorderingsbesluiten is er geen procesbelang meer. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.