ECLI:NL:CRVB:2021:2072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning bijzondere bijstand voor extra was- en slijtagekosten bij ziekte van Crohn
Appellant, die sinds 1997 bijstand ontvangt en lijdt aan de ziekte van Crohn, vroeg bijzondere bijstand aan voor extra was- en slijtagekosten van kleding en beddengoed. Het college kende hem een bedrag van €408 per jaar toe, gebaseerd op een medisch advies van de GGD uit 2016 en een aanvullend advies uit 2019. Appellant stelde dat dit bedrag onvoldoende was vanwege een verslechterde medische situatie en dat hij recht had op een hogere vergoeding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het college bevoegd is forfaitaire bedragen vast te stellen voor bijzondere bijstand, mits de betrokkene aannemelijk kan maken dat de vergoeding niet toereikend is. Appellant slaagde hier niet in, omdat hij geen objectief controleerbare medische gegevens overlegde die de verslechtering en hogere kosten onderbouwden.
Het college mocht zich baseren op de deskundige adviezen van de GGD, die een indeling in categorie 4 rechtvaardigen. Het beroep op een hogere categorie 6 werd verworpen wegens gebrek aan voldoende medische onderbouwing. De Raad concludeerde dat het toegekende bedrag passend is en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college terecht bijzondere bijstand van €408 per jaar heeft toegekend.