ECLI:NL:CRVB:2021:2074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende inzicht in financiële situatie
Appellant vroeg bijstand aan na het stoppen met zijn werk als zorgverlener voor zijn broer. Hij ontving een laatste pgb-salaris van €13.990,- en verklaarde hiermee te hebben geleefd. De Regionale Sociale Dienst voerde een onderzoek uit waarbij appellant werd gevraagd om bewijsstukken over vaste lasten en levensonderhoud.
Appellant leverde verklaringen aan, maar deze waren onduidelijk en wisselend, met name over de huurbetalingen. Hij gebruikte geen eigen bankrekening, maar leefde via een familiebankrekening van zijn moeder. Verifieerbare bewijsstukken ontbraken grotendeels.
Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af wegens onvoldoende duidelijkheid over de financiële situatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel, stellende dat de bewijslast bij appellant ligt en hij onvoldoende inzicht gaf om bijstandbehoevendheid vast te stellen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellant.