ECLI:NL:CRVB:2021:2090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen spaarrekening
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep behandeld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland over de intrekking en terugvordering van bijstand en individuele inkomenstoeslag. Appellante had een spaarrekening verzwegen, waardoor haar vermogen op het moment van aanvraag hoger was dan de geldende norm. Hierdoor had zij achteraf gezien geen recht op de verstrekte bijstand en toeslag.
Het dagelijks bestuur van Ferm Werk had vastgesteld dat het totale vermogen van appellante, inclusief het saldo van de verzwegen spaarrekening, op 13 december 2016 € 30.362,15 bedroeg. De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, met de overweging dat het bestuur niet verplicht was rekening te houden met een fictieve interingsnorm, conform vaste rechtspraak.
Appellante voerde aan dat zij toch recht had op individuele inkomenstoeslag en verwees naar eerdere jurisprudentie, maar deze argumenten werden verworpen omdat de situatie niet vergelijkbaar was en onduidelijk bleef wat er met het vermogen was gebeurd. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling of rentevergoeding opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand en toeslag bevestigd.