ECLI:NL:CRVB:2021:2100

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 juli 2021
Publicatiedatum
20 augustus 2021
Zaaknummer
20/4193 WMO15-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen besluit Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam waarin een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 werd verstrekt.

De rechtbank Rotterdam heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen procesbelang heeft. Appellant stelde in hoger beroep dat hij eigenaar is van Nederland, Suriname en Indonesië en de staatskas, en dat hij daarom op de hoogte moet worden gesteld van het gebruik van de schatkist door de sociale dienst. Tevens vorderde hij meer bijstand en het voorkomen van beslaglegging.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het door appellant nagestreefde resultaat niet met het hoger beroep kan worden bereikt, zodat hij geen procesbelang heeft. Dit leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

20.4193 WMO15-PV

Datum uitspraak: 21 juli 2021
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 27 november 2020, 20/614 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Zitting heeft: E.J. Otten, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: R. van Doorn
Ter zitting is verschenen: appellant. Het college is niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Het college heeft bij besluit van 11 juli 2019, gehandhaafd bij besluit van 24 januari 2020 (bestreden besluit), appellant op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 voor de periode van 12 augustus 2019 tot en met 9 februari 2020 een maatwerkvoorziening verstrekt.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft hiertoe, voor zover van belang, als volgt overwogen. Appellant wil met het beroep bereiken dat hij eigenaar van de staatskas wordt en op de hoogte wordt gesteld als door de sociale dienst vanuit de schatkist wordt betaald. Dit resultaat kan niet met deze procedure worden bereikt. Daarom heeft appellant geen procesbelang.
3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de rechtbank het beroep gegrond had moeten verklaren. Hij is namelijk grondeigenaar van Nederland, Suriname en Indonesië en eigenaar van de staatskas. Hij betoogt dat hij op de hoogte moet worden gesteld als de sociale dienst de schatkist gebruikt. Daarnaast wil hij meer bijstand en mag er geen beslag worden gelegd.
4. Zoals eerder overwogen in de uitspraak van 29 januari 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC3264 is eerst sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van (hoger) beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben.
5. Wat appellant vraagt, kan hij niet bereiken met dit hoger beroep. Dit betekent dat hij geen procesbelang heeft. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.
6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) R. van Doorn (getekend) E.J. Otten