ECLI:NL:CRVB:2021:2104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij studiefinancieringsbesluiten
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin haar vanaf 1 september 2017 geen recht meer werd toegekend op een prestatiebeurs en een lening van € 0,- werd toegekend. Dit bezwaar werd door de minister niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar medische situatie, waaronder twee grote operaties en de psychische belasting daarvan, de termijnoverschrijding verschoonbaar maakte. Ook stelde zij dat de Berichten studiefinanciering onvoldoende duidelijk waren over de mogelijkheid tot bezwaar en beroep.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad oordeelde dat de medische situatie geen belemmering vormde om tijdig bezwaar te maken en dat er voldoende tijd was vóór de tweede operatie om bezwaar in te dienen. Daarnaast zijn de Berichten studiefinanciering onmiskenbaar op rechtsgevolg gericht en bestond er geen misverstand over de inhoud. De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante werd terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.