ECLI:NL:CRVB:2021:2149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken vertegenwoordiging en toestemming bewindvoerders
Appellante, verblijvend in een zorginstelling, werd vertegenwoordigd door haar echtgenoot die in 2021 overleed. Naar aanleiding hiervan stelde de kantonrechter een bewind in over haar goederen en benoemde twee bewindvoerders. De Centrale Raad van Beroep constateerde dat appellante niet zelf in staat is haar belangen redelijk te waarderen en dat geen opvolgend gemachtigde is gesteld. Tevens is niet gebleken dat de bewindvoerders haar in deze procedure vertegenwoordigen of toestemming hebben gegeven voor voortzetting van het hoger beroep.
De Raad heeft de bewindvoerders meerdere malen verzocht om toestemming te geven voor het voortzetten van de beroepsprocedure, maar deze toestemming is niet verleend. Hierdoor kon het hoger beroep en het verzoek om herziening niet-ontvankelijk worden verklaard. Tijdens de zittingen was appellante niet aanwezig en werd zij vertegenwoordigd door haar gemachtigde, die inmiddels was overleden.
De Raad oordeelde dat zonder geldige vertegenwoordiging en toestemming van de bewindvoerders de procedure niet kan worden voortgezet. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 augustus 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om herziening worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van geldige vertegenwoordiging en toestemming van de bewindvoerders.