ECLI:NL:CRVB:2020:747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en herziening eigen bijdrage Wet langdurige zorg en beoordeling uitzonderingssituatie
Appellante verbleef in een zorginstelling en kreeg van het CAK besluiten over de hoogte van haar eigen bijdrage voor zorg met verblijf over 2016 en 2017. Zij maakte bezwaar tegen deze besluiten, die door het CAK werden gehandhaafd of gewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep de eerdere uitspraak van de rechtbank omdat het niet alle besluiten heeft betrokken. Het CAK is teruggekomen op eerdere besluiten en heeft de eigen bijdrage herzien vastgesteld. De Raad verklaart de beroepen tegen de oorspronkelijke besluiten gegrond en vernietigt deze.
Appellante stelde dat zij onder een uitzonderingssituatie viel waarin geen eigen bijdrage verschuldigd is omdat de verleende zorg niet voldoet aan de criteria van de Wet langdurige zorg. De Raad oordeelt dat appellante deze uitzonderingssituatie niet met deugdelijke en verifieerbare gegevens heeft onderbouwd. Daarom worden de beroepen tegen de herzieningsbesluiten ongegrond verklaard.
De Raad bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed en vernietigt de eerdere uitspraak van de rechtbank. De eigen bijdrage blijft dus in stand zoals vastgesteld in de herzieningsbesluiten.
Uitkomst: De beroepen tegen de herzieningsbesluiten over de eigen bijdrage worden ongegrond verklaard en de eerdere besluiten vernietigd.