ECLI:NL:CRVB:2021:2150
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening uitspraak over AOW-pensioengerechtigde leeftijd
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 23 januari 2020, waarin werd bevestigd dat de vermelding van de pensioengerechtigde leeftijd in het pensioenoverzicht niet op rechtsgevolg is gericht en dus niet bestreden kan worden. Verzoekster stelde dat het bestreden besluit in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, en dat zij door de verhoging van de AOW-leeftijd materiële en immateriële schade lijdt.
De Raad heeft onderzocht of het verzoek om herziening voldoet aan de strikte voorwaarden van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, die vereisen dat nieuwe feiten of omstandigheden vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en dat deze tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De Raad concludeerde dat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aan deze voorwaarden voldoen.
Daarmee beoogt verzoekster feitelijk een hernieuwde discussie over de eerdere uitspraak, wat niet is toegestaan binnen het herzieningsmiddel. De Raad wijst het verzoek dan ook af en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door A. van Gijzen, in aanwezigheid van griffier E. Welling, op 27 augustus 2021.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de eerdere uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.