ECLI:NL:CRVB:2021:2199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding in IOAW-zaak
In deze zaak betrof het de vraag of het hoger beroep van appellante tegen een beslissing op bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard door de rechtbank. Appellante had haar beroepschrift na de wettelijke beroepstermijn van zes weken ingediend. De rechtbank oordeelde dat de overschrijding niet verschoonbaar was, ondanks de door appellante opgegeven persoonlijke omstandigheden zoals stress door zieke zoons, een aanstaande verhuizing en financiële overwegingen.
In hoger beroep voerde appellante aanvullende gronden aan, waaronder moeite met tijdig reageren, het ontbreken van een printer, problemen met postbezorging en een vermoeden van Alzheimer. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat deze gronden onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen. Er was geen bewijs dat appellante niet in staat was om tijdig beroep in te stellen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.