ECLI:NL:CRVB:2021:2202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld na eerstejaars Ziektewetbeoordeling
Appellant was ziek gemeld met psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen en beëindigde het ziekengeld. Appellant maakte bezwaar en beroep, waarbij medisch advies en een functionele mogelijkhedenlijst (FML) werden betrokken.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en verwierp het beroep van appellant. In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen en verzocht om een psychiatrische expertise, die volgens hem noodzakelijk was voor een juiste beoordeling van zijn beperkingen. De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat het UWV voldoende gemotiveerd heeft dat de beperkingen juist zijn vastgesteld en dat een psychiatrische expertise niet nodig is in deze procedure.
De Raad benadrukte dat het doel van deze procedure is het vaststellen van het recht op ziekengeld en niet het bepalen van een behandelplan. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.