ECLI:NL:CRVB:2021:2221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig elektromonteur, meldde zich ziek met lichamelijke en spanningsklachten en ontving aanvankelijk een Ziektewet-uitkering. Na een medisch en arbeidskundig onderzoek door het UWV werd vastgesteld dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen, waarna de uitkering werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en onvoldoende rekening hield met zijn persoonlijke situatie en klachten.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, waarbij rekening was gehouden met zowel lichamelijke als psychische klachten. De verzekeringsarts had informatie ingewonnen bij behandelaars en aanvullende beperkingen in kaart gebracht. De rechtbank verwierp de bezwaren van appellant en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar leverde geen nieuwe medische gegevens die het eerdere oordeel konden ondermijnen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies en dat de uitkering terecht was beëindigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de Ziektewet-uitkering omdat het UWV medisch zorgvuldig heeft vastgesteld dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.