Appellant, geboren in 1946, diende in 1993 een aanvraag in om als tweede generatie oorlogsslachtoffer met de vervolgden te worden gelijkgesteld, welke werd afgewezen wegens het ontbreken van psychopathologie op ziekte- of gebrekniveau. Diverse herzieningsverzoeken werden eveneens afgewezen, waarbij appellant betoogde dat medische gegevens ontbraken en het deskundigenadvies onjuist was.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit slechts met terughoudendheid kan worden getoetst vanwege de discretionaire bevoegdheid van verweerder. De Raad ziet geen aperte, verwijtbare fouten in de oorspronkelijke beoordeling, ook niet ondanks het ontbreken van medische gegevens van de ouders van appellant, aangezien geen psychopathologie werd vastgesteld.
Het betoog van appellant over de juistheid van het onderzoek door psychiater Kok wordt verworpen, omdat dit een eigen interpretatie betreft en niet passend is bij het herzieningsverzoek. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.