Appellante was van maart tot oktober 2018 in dienst en meldde zich ziek in oktober 2018. Het UWV stelde het dagloon vast zonder de in december 2018 betaalde eindejaarsuitkering mee te nemen, omdat deze buiten de referteperiode viel. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV de dagloonberekening correct had toegepast conform het Dagloonbesluit.
In hoger beroep voerde appellante aan dat deze toepassing leidt tot ongelijkheid en onbedoelde nadelige effecten, omdat bij dienstverbanden korter dan een jaar de eindejaarsuitkering niet wordt meegenomen als deze na de referteperiode wordt uitbetaald. Zij stelde dat dit in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en dat de regeling onrechtvaardig is.
De Raad oordeelde dat het Dagloonbesluit bewust is opgesteld om alleen het loon mee te nemen dat in de referteperiode is uitbetaald, en dat dit niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel of het verbod van willekeur. De regeling geldt voor iedereen gelijk en sluit aan bij het uitgangspunt van de Ziektewet dat de uitkering gerelateerd is aan het genoten loon tijdens het dienstverband. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.