Uitspraak
OVERWEGINGEN
De verwerking van vakantiebijslag en extra periodiek salaris
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 in dienst bij zijn werkgever en viel op 2 september 2013 wegens ziekte uit. Het UWV berekende zijn dagloon voor de Ziektewetuitkering op basis van het Dagloonbesluit 2013, waarbij alleen loon binnen de referteperiode (1 januari tot en met 31 juli 2013) werd meegenomen. Appellant maakte bezwaar tegen deze berekening omdat zijn eindejaarsuitkering, variabel inkomen en persoonlijke bonus, uitbetaald in september en december 2013, niet werden meegenomen, wat volgens hem leidde tot een onjuiste en lagere dagloonvaststelling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV het dagloon correct had vastgesteld conform het Dagloonbesluit 2013. De Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De wet- en regelgeving schrijven voor dat alleen loon genoten binnen de referteperiode in aanmerking wordt genomen. De wijziging per 1 juni 2013 van het Besluit dagloonregels naar het Dagloonbesluit 2013 leidt ertoe dat alleen daadwerkelijk genoten bedragen in het refertejaar worden meegenomen, niet het opgebouwde maar nog niet genoten loon.
Appellants beroep op het loondervingsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel faalt, omdat de regeling bewust is vereenvoudigd en gelijk wordt toegepast. Het verschil in uitkomst tussen werknemers met verschillende loonstructuren is inherent aan de wettelijke regeling en niet onrechtvaardig. De Raad wijst ook de door appellant aangehaalde jurisprudentie af als niet van toepassing op de casus. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de dagloonberekening van het UWV bevestigd.