ECLI:NL:CRVB:2021:2301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg op grond van onvoldoende blijvende zorgbehoefte
Appellante, vrijwel volledig blind en met diverse somatische aandoeningen, vroeg langdurige zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag af op basis van medische adviezen die stelden dat de zorgbehoefte niet blijvend is vanwege lopende behandelingen voor psychische klachten en visusproblemen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd overwogen dat de medische adviezen deugdelijk en inzichtelijk waren en dat de medisch adviseurs zich mochten baseren op informatie van de huisarts. Appellante gaf geen toestemming voor het opvragen van aanvullende medische gegevens.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar somatische en zintuiglijke beperkingen op de voorgrond staan en dat er sprake is van een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24-uurszorg. De Raad oordeelde echter dat de medische adviezen zorgvuldig tot stand zijn gekomen en dat appellante onvoldoende medische stukken heeft overgelegd om de juistheid van deze adviezen te betwijfelen.
De Raad concludeerde dat de aanvraag terecht is afgewezen omdat de blijvendheid van de zorgbehoefte niet is vastgesteld. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor langdurige zorg is terecht afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van een blijvende zorgbehoefte.