ECLI:NL:CRVB:2021:2337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden en proceskostenveroordeling
Appellante, met lichamelijke beperkingen, ontving een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden via een persoonsgebonden budget (pgb). Na een aanvankelijke afwijzing van haar aanvraag, heeft het college dit besluit gewijzigd en een pgb toegekend op basis van een uurtarief van €14,66, waarmee zij vijf uur per week hulp kan inkopen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en beperkte de proceskostenvergoeding tot het indienen van het beroepschrift. In hoger beroep betwistte appellante de hoogte van het pgb en het uurtarief, maar slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het toegekende bedrag onvoldoende was om de hulp in te kopen.
De Raad oordeelde dat het pgb appellante in staat stelt de hulp van derden te betrekken conform artikel 2.3.6 Wmo 2015. Wel werd het college veroordeeld tot vergoeding van de kosten voor het bijwonen van de zitting, hetgeen de rechtbank had beperkt. De proceskostenveroordeling werd daarom aangepast en het college veroordeeld tot een totaalbedrag van €2.244,-, inclusief vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het pgb en uurtarief worden gehandhaafd.