ECLI:NL:CRVB:2021:2356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen intrekking bijstand wegens niet ophalen post niet-ontvankelijk verklaard
Appellant, die bijstand ontving op grond van de Participatiewet als dak- en thuisloze, kreeg een briefadres toegekend met de voorwaarde zijn post minimaal eenmaal per week op te halen. Nadat appellant sinds 17 december 2018 zijn post niet meer ophaalde, trok het college bij besluit van 28 maart 2019 de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de reeds verleende bijstand terug. Dit besluit werd verzonden naar het briefadres.
Appellant maakte op 4 september 2019 bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep voerde appellant aan dat het college het briefadres had stopgezet zonder hem te informeren, waardoor hij het besluit niet tijdig kon ontvangen en bezwaar maken. Tevens stelde hij dat zijn zwervend bestaan en psychische aandoeningen een verschoonbare termijnoverschrijding rechtvaardigden.
De Raad oordeelde dat het college het besluit op juiste wijze bekend heeft gemaakt door verzending naar het laatst bekende adres in de basisregistratie personen. Het was de verantwoordelijkheid van appellant om een nieuw adres door te geven. De omstandigheden van appellant, waaronder zijn zwervend bestaan en psychische beperkingen, vormden geen grond voor verschoonbare termijnoverschrijding omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet tijdig bezwaar kon maken.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van bijstand wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens juiste bekendmaking en geen verschoonbare termijnoverschrijding.