ECLI:NL:CRVB:2014:195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij beëindiging bijstand wegens verblijf in buitenland
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande ouder en vluchtte wegens bedreigingen naar Frankrijk. Appellant beëindigde de bijstand wegens verblijf in het buitenland langer dan vier weken en verklaarde het bezwaar tegen deze beslissing niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank had dit vernietigd en de termijnoverschrijding als verschoonbaar beoordeeld. De Raad herzag dit oordeel en stelde vast dat appellant het besluit correct naar het laatst bekende adres had verzonden en dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat zij gedurende de gehele termijn niet in staat was maatregelen te treffen om de post te ontvangen.
De stelling dat contact met appellant te gevaarlijk was, werd niet onderbouwd. Betrokkene had aanvankelijk contact met de wijkagent en gezinsmanager, maar verbrak dit zonder voldoende reden. De Raad verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van bijstand is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.