ECLI:NL:CRVB:2021:2362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking AIO-aanvulling wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf zorgverleners
Verzoekster ontving een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) naast haar AOW-pensioen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) trok deze AIO-aanvulling in vanaf 1 december 2019 op grond van de kostendelersnorm, omdat de zoon en schoondochter van verzoekster sinds november 2019 op haar adres stonden ingeschreven en zorg verleenden.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekster tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep stelde verzoekster dat haar zoon en schoondochter niet bij haar woonden, maar slechts tijdelijk logeerden tijdens zorgverlening. De Raad oordeelde dat de inschrijving in de basisregistratie personen (Brp) geen doorslaggevende betekenis heeft, zeker omdat deze ambtshalve was en de Svb geen navraag had gedaan bij de gemeente.
Ook het inlichtingenformulier en de omvang van de zorguren boden onvoldoende grondslag om het hoofdverblijf van de zoon en schoondochter bij verzoekster aan te nemen. Er was geen informatie over de frequentie en duur van het verblijf. De Raad concludeerde dat het bestuursorgaan onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de kostendelersnorm van toepassing was en vernietigde het besluit. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en de Svb werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de AIO-aanvulling wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van hoofdverblijf van zorgverleners.