ECLI:NL:CRVB:2021:2395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafontslag wegens plichtsverzuim van docent na meerdere waarschuwingen
Appellante, werkzaam als docent sinds 2004, kreeg strafontslag wegens plichtsverzuim na meerdere gedragingen waaronder het niet verschijnen bij surveillancedienst, het niet geven van verplichte lessen en het nalaten van toezicht op leerlingen.
De Raad oordeelde dat het bestuur terecht het strafontslag had verleend op grond van artikel 10.b.3 en 10.b.7 van de CAO VO. De gedragingen I, III en IV werden als plichtsverzuim aangemerkt, terwijl gedraging II niet als zodanig werd gekwalificeerd vanwege een gegronde ziekmelding.
De Raad verwierp het betoog van appellante over intimidatie tijdens het gesprek en onduidelijkheid over de verwijten. De eerdere schriftelijke berisping en de hoge frequentie van de gedragingen rechtvaardigen het opgelegde strafontslag.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het strafontslag wegens plichtsverzuim van appellante.