Uitspraak
19.4273 AW, 19/4274 AW
OVERWEGINGEN
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 1999 in dienst bij de provincie Drenthe en kampte vanaf 2011 met arbeidsongeschiktheid. Tussen 2010 en 2018 heeft het college meerdere pogingen gedaan tot re-integratie, die niet succesvol waren. Er ontstond een langdurige impasse, mede door wederzijdse verwijten en mislukte onderhandelingen over een vertrekregeling.
In 2018 verleende het college appellante ontslag op grond van artikel 11.1.1, aanhef en onder o, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP) wegens deze impasse. Appellante betwistte het bestaan van een impasse en stelde aanspraak te maken op een aanvullende vergoeding, maar de Raad oordeelde dat het college geen overwegend aandeel had in het ontstaan van de impasse.
De Raad stelde vast dat voortzetting van het dienstverband niet redelijkerwijs van het college kon worden verlangd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland werd bevestigd en het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens impasse wordt bevestigd.