ECLI:NL:CRVB:2021:2457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziekengeld wegens voldoende belastbaarheid ondanks psychische klachten
Appellant, laatstelijk vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde op basis van een medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant met beperkingen belastbaar was en meer dan 65% van zijn loon kon verdienen, waarna het ziekengeld werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was omdat de verzekeringsarts geen informatie had ingewonnen bij de behandelend psychiater en dat de diagnose schizofrenie en medicatiegebruik tot meer beperkingen zouden moeten leiden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de ingebrachte medische stukken geen aanleiding geven om de beperkingen te wijzigen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de diagnose en medicatie beoordeeld en vastgesteld dat deze geen extra beperkingen rechtvaardigen. Ook het betoog over overschrijding van de belastbaarheid ten aanzien van alertheid werd verworpen omdat hiervoor geen beperkingen in de FML waren opgenomen.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank dat appellant vanaf 27 oktober 2018 geen recht meer heeft op ziekengeld. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.