Uitspraak
19.4625 PW
OVERWEGINGEN
€ 7.480,62 van appellant teruggevorderd.
€ 510,-, in september 2016 € 420,- en in oktober 2016 € 0,-. Appellant heeft in deze maanden dus telkens minder dan € 600,- opgenomen.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover deze ziet op de intrekking, de herziening, de terugvordering en de brutering;
- vernietigt het besluit van 20 augustus 2018 voor zover dit ziet op de intrekking over de maand februari 2016 en de herziening over de maand juni 2016 en de terugvordering en de brutering;
- herroept het besluit van 30 april 2018 voor zover dit ziet op de intrekking over de maand februari 2016 en de herziening over de maand juni 2016 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit van 20 augustus 2018;
- draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar tegen de
- bepaalt dat het college aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 128,- vergoedt;
- veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.564,-.