ECLI:NL:CRVB:2021:2589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correcte berekening ZW-uitkering ondanks onvoldoende informatie over gevolgen zelfstandige arbeid
Appellante ontving een Ziektewetuitkering (ZW) en later een Werkloosheidswetuitkering (WW) met een vastgesteld dagloon gebaseerd op 36 uur per week. Na het starten als zelfstandige voor zeven uur per week, verlaagde het UWV haar WW-uitkering naar 29 uur. Bij ziekte werd de ZW-uitkering berekend op basis van dit lagere dagloon.
Appellante verzocht om herziening van de ZW-uitkering, stellende dat zij onvoldoende was geïnformeerd over de gevolgen van het werken als zelfstandige en dat het dagloon hoger had moeten zijn op grond van het vertrouwensbeginsel. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep stelde appellante dat zij benadeeld was door het niet informeren over de impact van zelfstandige arbeid op de ZW-uitkering. De Raad oordeelde dat het UWV de bezwaartermijn verschoonbaar had verklaard en het bezwaar inhoudelijk had beoordeeld, waardoor appellante niet was benadeeld.
De Raad stelde dat het dagloon correct was berekend volgens het Dagloonbesluit en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen gerechtvaardigde verwachting kon worden afgeleid uit de informatie van het UWV over de hoogte van de ZW-uitkering.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.