ECLI:NL:CRVB:2012:BW1085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- T.L. de Vries
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dagloon Wet WIA en gevolgen zelfstandigheid voor uitkering
De zaak betreft de vaststelling van het dagloon van betrokkene in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde het dagloon vast op €125,36 per dag, waarbij de inkomsten als zelfstandige buiten beschouwing werden gelaten. De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat appellant onvoldoende had geïnformeerd over de gevolgen van zelfstandigheid voor het uitkeringsrecht.
In hoger beroep stelde appellant dat het dagloon correct was vastgesteld volgens de dwingendrechtelijke bepalingen van de Wet WIA en het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen (BDW). Inkomsten als zelfstandige behoren niet tot het loon voor de dagloonberekening. De Raad oordeelde dat de wetgever bewust deze systematiek heeft gekozen en dat onvolledige voorlichting hierover niet leidt tot een hogere dagloonvaststelling.
De Centrale Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er was geen sprake van een situatie waarin strikte toepassing van de wettelijke regeling in strijd zou zijn met fundamentele rechtsbeginselen. De Raad zag ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het dagloon blijft ongewijzigd vastgesteld.