ECLI:NL:CRVB:2021:2605
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Bbz-uitkering wegens onvoldoende financiële gegevens en niet aantonen levensvatbaarheid bedrijf
Appellanten exploiteerden een zorgboerderij en vroegen een uitkering levensonderhoud en bedrijfskrediet aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af vanwege het ontbreken van voldoende financiële gegevens om de levensvatbaarheid van de onderneming te beoordelen.
Hoewel appellanten conceptjaarrekeningen, een meerjarenbegroting en bankafschriften overlegden, volstonden deze niet omdat onderliggende concrete en verifieerbare gegevens ontbraken. Het dagelijks bestuur vroeg herhaaldelijk om aanvullende stukken, maar appellanten leverden slechts een inkomstenoverzicht zonder onderbouwing aan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellanten als aanvragers de bewijslast droegen om aannemelijk te maken dat zij voldeden aan de voorwaarden voor de Bbz-uitkering en dat het dagelijks bestuur terecht aanvullende gegevens vroeg. Het ontbreken daarvan rechtvaardigde de afwijzing van de aanvraag.
De Raad wees erop dat appellanten weliswaar niet verplicht waren een jaarrekening op te stellen, maar wel een administratie moesten voeren die hun rechten en verplichtingen inzichtelijk maakt. Het niet verstrekken van de gevraagde onderliggende gegevens kwam voor rekening van appellanten. Er was geen sprake van schending van het fair play-beginsel door het dagelijks bestuur.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Bbz-uitkering wegens onvoldoende financiële gegevens en niet aannemelijk maken van de levensvatbaarheid van de zorgboerderij.