ECLI:NL:CRVB:2021:2609
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering onterecht; deskundigenoordeel gevolgd
Het hoger beroep van het UWV betreft de beëindiging van de Ziektewetuitkering van betrokkene per 8 mei 2017. De rechtbank Zeeland-West-Brabant had het hoger beroep van betrokkene gegrond verklaard en een onafhankelijke psychiater benoemd die concludeerde dat betrokkene geen benutbare arbeidsmogelijkheden had op de datum in geding.
Het UWV betwistte deze conclusie met verwijzing naar artikel 2, vijfde lid, van het Schattingsbesluit, maar de Raad oordeelde dat deze bepaling alleen richtinggevend is voor de verzekeringsarts en niet bindend is voor de Raad of diens deskundige. De Raad zag geen reden om af te wijken van eerdere rechtspraak.
De Raad bevestigde dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige gevolgd mag worden als dit overtuigend is gemotiveerd. In dit geval was het rapport zorgvuldig en gebaseerd op een eigen onderzoek en relevante medische gegevens. Daarom werd het hoger beroep van het UWV ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Het UWV moet een nieuwe beslissing op bezwaar nemen, waarbij het beëindigingsbesluit van 28 maart 2017 wordt herroepen en de Ziektewetuitkering wordt voortgezet. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten van betrokkene en het griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering ten onrechte is beëindigd en het UWV moet deze voortzetten.